Schotse geschiedenis

Melrose Abbey

De eerste bewoners van Schotland waren het Keltische volk, de Caledoniërs, maar het uiterste noorden werd bewoond door Picten en Scoten. De Romeinen bouwden van 138 tot 143 na Chr. de Antonius muur. Deze muur liep van Bo’ness aan de Forth tot aan Old Kilpatrick aan de Clyde. Hij bestond uit een aarden wal met een gracht en om de drie kilometer een fort. Voor het eind van de 2e eeuw werd hij al weer verlaten en werd in het zuiden van het land een nieuwe muur aangelegd. Deze muur van Hadrianus is nog voor een groot deel intact. Tijdens de duistere middeleeuwen was Schotland net als de rest van Groot-Brittannië een smeltkroes voor de zwervende volken van noordelijk Europa. Angelen, Britten, Picten en Schotten bewoonden verschillende delen van het land en hadden weinig met elkaar gemeen behalve de nieuwe christelijke leer en de vrees voor overvallen door de Noormannen. Deze gedeelde vrees bracht de Picten en Scoten er tenslotte toe zich in 844 te verenigen onder één koning, Kenneth MacAlpin. Zowel hij als zijn opvolgers probeerden het rijk uit te breiden naar het zuiden maar het duurde nog tot 1018 voordat Malcolm II voordeel trok uit de nederlaag van de koning van Northumbria tegen de Noormannen en de Schotse heerschappij vestigde tot aan de Tweed.

Urquhart Castle

Deze fragiele eenheid kreeg een klap toen Malcolm III in 1069 trouwde met de Saksische prinses Margaret. Zij vervreemdde haar echtgenoot van zijn noordelijke onderdanen door het Gaelic af te wijzen als hoftaal ten gunste van Saksisch en Frans. Hun zoon David I (1124-1153) deed veel om de handel met Europa te bevorderen, maar moedigde ook de Anglo-Normandiërs aan en gaf ridders uit Engeland zelfs land. Het gevolg was dat de handel in de Laaglanden bloeide. De Engelse taal verspreidde zich, waarna door onderlinge huwelijken de Engelse kroon de opperheerschappij over Schotland opeiste. Dit was zelfs voor de zwakke koning John Balliol te veel. Hij verzette zich tegen de Engelse Edward I die in 1296 binnenviel en de Laaglanden verwoestte. In deze moeilijke tijden kwam een andere leider naar voren, Robert the Bruce die in 1306 tot koning werd gekroond. Hij was een krachtige vorst die de Hoog- en Laaglanden verenigde en in 1313 bij Bannockburn een beslissende overwinning behaalde op de Engelsen. Bruce’s dochter trouwde met Walter, de ‘High Stewart of Scotland’ en dat werd ook de titel van hun nakomelingen,  de lange en dikwijls tragische lijn van de Stuarts. De meesten stierven een gewelddadige dood op jeugdige leeftijd en hun erfgenamen volgden dan op als minderjarigen. Dit leidde tot gevechten onder de naar meer macht strevende edelen van de Laaglanden en ook de Hooglanden zochten het in de wapenen. James IV deed veel om de orde te herstellen en bracht een zekere mate van welvaart. In 1513 viel James Engeland binnen, sneuvelde bij Flodden en weer werd een kind, James V, koning.

Mary Queen of Scots

Noch de regering van James V noch die van zijn dochter, Mary Queen of Scots, was een gelukkige. Mary was een week oud toen zij in 1542 op de troon kwam. Op haar zesde werd zij uitgehuwelijkt aan de ziekelijke Franse kroonprins en op haar negentiende keerde zij als weduwe terug naar Schotland. Tegen 1561 was het grootste deel van het land onder sterke invloed van het calvinisme zoals dat gepredikt werd door John Knox. Mary had een nogal gecompliceerd leven terwijl haar echtgenoten en de rest van de adel zich bezighielden met hun eindeloze intriges.  In 1567 werd Mary gedwongen afstand te doen van de troon ten gunste van haar zoontje, de latere James VI. Zij vluchtte naar Engeland en zocht bescherming bij haar nicht Elisabeth I. Die kon haar dit echter niet bieden en in plaats daarvan zette zij haar negentien jaar lang gevangen, waarna zij tenslotte werd terechtgesteld. James VI die opgevoed was in haat tegen zijn moeder, maakte slechts formele bezwaren temeer omdat hij er vrijwel zeker van was Elisabeth na haar dood te zullen opvolgen. Dit gebeurde dan ook in 1603 en eindelijk waren beide rijken verenigd onder één heerser. De verplaatsing van het hof was een bittere slag voor Schotland, hoewel het nog meer dan een eeuw lang zijn eigen regering behield. Onder protesten van de meerderheid van de bevolking bezegelde het Schotse parlement tenslotte in 1707 zijn lot als aparte natie in ruil voor godsdienstvrijheid, vrijhandel met Engeland, het behoud van eigen wetgeving en 45 zetels in het parlement van Westminster. Tot 1997 heeft de Schotse onafhankelijkheid alleen bestaan in de geest van de mensen, maar was daarom niet minder echt. In 1998 kreeg Schotland zijn onafhankelijkheid weer terug en is er een eigen parlement met 129 zetels.